Indonesische Spiritualiteit, energie uit de kosmos

Intro, de Indo's




Deze website gaat over Indonesische spiritualiteit en met name het gebruik van de Kris geschreven door een Indo in het koude nuchtere kikkerlandje.
Dit stuk is dan ook geschreven vanuit het oogpunt van een Indo en niet op een westerse manier, om de oosterse kijkwijze op een keris te benadrukken. 
Het is duidelijk dat de oosterse kijk op wetenschap en feiten een andere is dan de kijk vanuit een westers perspectief. 

In het westen geldt dat de basis van kennis vertrouwde objectiviteit is waarbij bevraging, analyse en logisch denken de pijlers zijn. In het oosten is sprake van subjectiviteit met als pijlers acceptatie, observatie en beleving. Je moet het kunnen voelen....

Verwacht in dit stuk dan ook geen verwijzingen zoals bij een westers geschreven stuk met feiten en bewijzen. Ik vind het juist leuk een verhaal te schrijven volgens de Aziatische manier met de verhalen en legendes die veelal in kleine kringen besproken worden. Het zijn juist die verhalen die ik wil behouden; ik ben Indo en trots op mijn afkomst en cultuur!



Eigenlijk is het vreemd dat er niet veel in het Nederlands geschreven is over het gebruik van de Kris, terwijl Nederland het op een na grootste krissenland in de wereld is. De meeste kerissen zijn meegenomen door ex-militairen die in Indonesië waren of pusaka's in bezit van Indo's.

Indonesische spiritualiteit is nog volop in gebruik bij vele Indische families en er zijn ook nog vele families die een pusaka keris hebben; het zal u verbazen! Door deze website ben ik in gelukkig contact gekomen met vele pusaka bezitters, Dit waren zonder uitzondering heel respectvolle open ontmoetingen waarbij de Indische gezelligheid voorop staat. (Terimah kasih....)

Een heel leuk boek over Indo's en hun spiritualiteit is Gelders Blauw.
________________________________________________________________________________________________________
De Madurese Pusaka van Randy Piersma

Zo kwam ik in contact met Randy Piersma die wat meer wilde weten over de behandeling van pusaka kerissen.
Voor de deur stond een bescheiden man met een tienerzoon Luka, het klikte direct.
Randy, zelf een heel talentvolle gitarist onder de naam Randy Pears, had een paar kerissen meegenomen waaronder een direct aanwezige krachtige Madurees. Ik was erg nieuwsgierig naar de Madurees en was nieuwsgierig naar de afkomst. "Van mijn oma" antwoordde Randy die in zijn jeugd op Texel is opgegroeid, maar het Indisch bloed stroomde overduidelijk door zijn lichaam.


Kelengan Keris van Randy Piersma. Let op de ronde tip op de peksi.
Hij kreeg deze pusaka van zijn oma Gerardine Rudolph, geboren 10 juli 1923 te Surabaja, die deze keris hoogstwaarschijnlijk van haar moeders kant had, mevrouw Frederika Dommers, geboren 1 juli 1901 in Loemandiang. Een adellijke familie.

Prachtige foto's uit het familie album van Randy met op de eerste foto oma Geraldine Rudolph met Joop Koenen, op de 2e foto haar ouders:  Frederika Dommers en Frederik Rudolph, de 3e foto de ouders van Frederika: Johanna van 't Hoogerhuys en Frederik Anton Albert Dommers, en op de laatste foto de ouders van Johanna van 't Hoogerhuys, 6 generaties terug!
De oma van Randy, mevrouw Geraldine Rudolph was afkomstig uit Tretes bij Surabaja. De keris was in een goede staat. Ik vroeg of ik hem wat in de olie mocht zetten; de keris was nogal droog. Tijdens het olieën voelde je de aura direct verkleuren. Het was een zeer prettige Isi en een mooie ontmoeting met de Tuah. 
Randy wil de pusaka op een traditionele manier gaan verzorgen en dit prachtige stukje Indo-cultuur doorgeven aan zijn zoons...
_________________________________________________________________________________________________________________________________________
De krachtige Madurees met zilveren handvat. Keris Donoriko Perak Madura.


Aan de telefoon had ik mevrouw Kasar uit de omgeving van Arnhem. Mevrouw Kasar, een oude dame van ver in de 70, heeft een keris van haar man jarenlang met liefde gekoesterd en verzorgd. Ze zei niet veel en was eigenlijk mij meer aan het uithoren tot de vraag kwam of ik met haar pusaka verder wilde.
Aangekomen in haar huis werd ik ontvangen in een typisch Indisch huisje met een schilderij van een vulkaan aan de muur, rotan stoelen en de typisch Indische beeldjes. "Toebroek?" vroeg ze en een klein schepje Buisman werd toegevoegd aan de koffie. 

Ik was uiteraard nieuwsgierig naar de afkomst van deze prachtige keris, "van mijn man" zei ze met veel liefde. Haar man was overleden en ze had de verzorging en traditie van de keris eigenlijk alleen voortgezet. Haar kinderen waren dus niet opgevoed met de keris en wilden zo'n "eng" ding niet in huis...
De manier waarop ze de keris haalde en het respect voor de Tuah was duidelijk door de manier waarop ze de keris voor me neerzette.
Uiteraard ging het gesprek direct over Indisch eten en de typisch Indische onderwerpen en grapjes, het klikte...
"Seg, ik ben blij dat de keris met u meegaat" zei ze en ik kon niet wachten om de Isi te ontmoeten. "Mag ik" vroeg ik, wijzend naar de pusaka, en ze knikte instemmend toe. Toen ik de keris aansprak en uit de schede haalde voelde je de nabijheid van de aura opkomen, een juweel van een pusaka.
Mevrouw Kasar haalde een mok koffie, brandde wat wierook en ze vertelde de Isi dat het tijd was om afscheid te nemen en door te gaan. We kwamen een mas kawin overeen, een bruidsschat voor het aangaan van de nieuwe relatie, en in vrede nam mevrouw Kasar afscheid van haar levensgezel...  
Een erg waardevolle pusaka die altijd alom aanwezig is..

______________________________________________________________________________

De hoofdredenen dat er niet veel geschreven is over Indonesische spiritualiteit is enerzijds dat de meeste Nederlandse liefhebbers van de kris verzamelaars zijn. Bij verzamelaars gaat het over het algemeen over het uiterlijk van de kris. Ik noem het 'opgezette krissen'.
Kennis van verzamelaars over details van het uiterlijk is heel groot, te vergelijken met verzamelaars van auto's. Een autoverzamelaar weet ook precies welk schroefje bij een Mustang uit 1966 gebruikt werd voor de radiateur, en dat het gereedschappen koffertje compleet moet zijn en dichtgemaakt met het juiste boutje. Voor een gewone gebruiker is dit totaal niet interessant en geldt dat de auto het moet doen, goedkoop moet zijn in onderhoud en makkelijk in gebruik. Een gewone auto, die meestal gebruikt word voor dagelijks verkeer, is voor een verzamelaar dan ook totaal oninteressant en gestimuleerd door de 'guru's' in verzamelaarsland zullen de krissen altijd worden opgeleukt naar kraton voorbeeld. (het oude Indonesië had 4 kasten en miljoenen inwoners...)

Anderzijds hebben de Indo's hun tradities zoveel mogelijk weggestopt. Dit kwam omdat in Indonesië de Indo al als minderwaardig werd gezien, en zich daardoor zo Nederlands mogelijk gedroegen.



De geschiedenis van Indonesië is een geschiedenis waarin ook oorlogen een belangrijke rol hebben gespeeld. De bekendste waren wel de oorlogen ten tijde van de Majapahit-periode met Gajamada als grote held, zo omstreeks de 13de en 14de eeuw. Maar ook daarna de Javaanse strijd rondom het Moslim-geloof rond de 17de eeuw. De Chinezen in Java omstreeks de 18de eeuw, de oorlog met de Atjeërs in de 19de eeuw. De tweedewereldoorlog en de vrijheidsstrijd in de 20e eeuw.

Voor alle duidelijkheid; veel van mijn vrienden/broeders zijn Indonesiërs, ik heb een groot hart voor Indonesië, het is het geboorteland van mijn vader en moeder en ik draag met trots de Panca Sila met de spreuk: Bineka Tungal Ika, eenheid door diversiteit. 


Toen de tweedewereldoorlog uitbrak moesten de KNILlers met minimale middellen de Oost verdedigen. Mijn opa zei wel eens gekscherend dat ze Indonesië moesten verdedigen met pijl en boog. Het is dan ook een Nederlandse gewoonte je ondertebewapennen om te laten zien dat je niet op strijd uit bent. Dit was ook het geval tijdens de oorlog in Srebrenica met ook toen vele slachtoffers als gevolg. 
De goed bewapende Jappen liepen over de KNIL'ers heen en werden allen krijgsgevangen genomen en in verschrikkelijke concentratiekampen gestopt...

Mijn opa Dolf had deze periode bijna niet overleefd door een ziekte als zijn broer oom Hans niet iedere dag in zijn lendedoekje eten mee smokkelde voor zijn broer.


Jammer genoeg denken mensen bij concentratiekampen alleen aan de Joden maar vergeten ze blijkbaar dat ook Indo's deze verschrikkelijke tijd hebben meegemaakt.

Direct na de oorlog brak de vrijheidsstrijd in Indonesië uit, augustus 1945, en ondanks dat mijn familie al generaties lang in Indonesië woonde, mijn ouders en hun ouders in Indonesië waren geboren, waren ze niet meer welkom in het nieuwe Indonesië. Het was voor de Indo's een shock dat ze plotseling werden opgejaagd en vermoord...
Er word eigenlijk NOOIT over gesproken, maar de moord op duizenden en duizenden Indo's is gewoon een genocide! Een volkerenmoord zonder enige vorm van erkenning. Historici spreken van vele (20.000 tot 30.000) Indische doden!........

https://javapost.nl/2014/02/07/bersiap-de-werkelijke-cijfers/

In 1945 werd een "Rapwi"-konvooi (Royal Army Prisoners of War Institute),  bestaande uit vrachtauto´s met meer dan 100 vrouwen en kinderen, aangevallen, in brand gestoken en vrijwel allemaal vernederd, zwaar gemarteld en op beestachtige wijze afgeslacht zoals we dat nu ook zien van moslim extremisten in Syrië. Een handje vol Brits-Indische Gurka begeleiders probeerde de Indo's nog te beschermen maar werden ook tot op de laatste man afgeslacht. Daarna begon de moordorgie, gepleegd door extremisten, waarbij ze de afgehakte armen en benen in de lucht wierpen, terwijl men "Merdeka" schreeuwde.
De hoogste tol betaalden de Indische Nederlanders, die bij honderden werden opgepakt, mishandeld, vernederd en daarna pas vermoord. 

Beeldmateriaal en getuigenverslagen van het bovenstaande voorval vind u in de volgende reportage:
Oorlog in Indië - Archief van tranen

https://youtu.be/sQ-J5vo48rI

De Andjing Nica

De oud KNILlers Menadonezen, Ambonezen, Indo's en Toktoks werden openlijk vernederd en vermoord en in de media uitgescholden met: "honden" "anjing nica". Een groep oudKNILlers, Ambonezen Menadonezen en Indo's, trok door de ontstane situatie weer de uniformen aan en begonnen zich te bewapennen in knokploegen. En alhoewel niemand, en ook de Engelsen niet, de jongenmannen wilde bewapennen verdedigden deze helden zich in eerste instantie met stokken en messen. " TE WAPEN" was hun strijdkreet, "TE WAPEN". En alhoewel "andjing" in Indonesië een heel erg scheldwoord is, droegen ze vrijwillig en openlijk emblemen van een rode hond op hun uniform. De scheldnaam werd tot Geuzennaam.  
Veel leden van de Anjing Nica vonden thuis vermoorde moeders en zussen, die eerste gemarteld en verkracht waren, wat de basis vormde voor een nietsontzienend legeronderdeel dat als lijf lied had: "Andjing Nica tida takoet mati" (de Andjing Nica is niet bang om te sterven).

De ex krijgsgevangenen, die er jaren gevangenschap op hadden zitten, namen de bewakingstaak van de Engelsen op de "rode honden" over, tegenover  een overmacht van 100-den zeer goedbewapende extremisten ten oosten van Bandoeng....


Opa Willy, lid van de Andjing Nica, met rechts zijn originele badge.

De eerste akties als KNIL bataljon waren de zeer zware gevechten rond om Bandoeng, de Bandoengperiode in april 1946. De Andjing Nica maakte "korte metten" zoals mijn opa dat noemde, met alles wat hun in de weg kwam en in augustus kwam de erkenning van Simon Spoor door de door hun gebruikte badge van de rode hond te erkennen en officieel als KNIL onderdeel op te nemen.



Tijdens de eerste politionele aktie veroverde de Andjing Nica een kampongcomplex ten oosten van Bandoeng en veroverden vervolgens Palintang . Van hier rukte het bataljon op naar Tandjoensari en Cheribon en vervolgens werd verder getrokken naar Tegal, Poerwokerto en tenslotte, op 4 augustus 1947, Gombong. Dit was aan het einde van de Eerste Politionele Actie en vanaf nu volgde een periode van intensieve patrouilles. Ik weet nog dat wij bij mijn legeronerdeel, het 108 duikerpeloton, een open dag hadden. Mijn opa, vertelde niet veel over deze periode. Hij gaf toen wel een indruk wat deze patrouilles inhielden. Dat waren man tegen man gevechten waarbij getreden werd om iedere vierkante meter...
Mijn eigen coin van het 108 duikerpeloton.

In het vierde kwartaal van 1947 werd Andjing Nica ingezet op West-Java: samen met een landingsdivisie bezette het bataljon Pangandaran en leverde daar diverse hevige gevechten.


Feest i.v.m. het 2 jarig bestaan van de Andjing Nica met de Kuda Kepangs. De Kuda  Kepang is een spirituele mannelijkheids dans van vechters op paarden. Tijdens de dans raken de dansers in een trance. De Kuda Kepang moet zorgen dat de strijders onbevreesd en agressief het gevecht in gaan met mystieke krachten en een onuitputtelijke energie.(Pracht foto van deze dansers, in traditionele klederdracht.....met zonnebril!)
Tegenwoordig zien we sommige kinderen van oud KNILlers op motoren en verenigd in motorclubs zoals Satu Darah.


Foto van de Anjing Nica met hun embleem van de rode hond op hun mouw tijdens de voetbalwedstrijd ter ere van het 2 jarig bestaan van de Anjing Nica.

Tijdens de 2e politionele akties verovderde de Andjing Nica Poerworedjo en begon men de stad te zuiveren van bommen, mijnen en andere explosieven. Vrijwel alle belangrijke gebouwen en diverse installaties waren zwaar ondermijnd en tonnen aan vijandelijke explosieven werden gevonden en onschadelijk gemaakt. Uiteindelijk bereikten de troepen Magelang, waar zij alle gouvernementswoningen vernield en de bewoners van de gevangenis geliquideerd vonden.
Andere activiteiten in deze periode waren onder meer een grote zuiveringsactie in de Gawokpas en de aanvallen op Bagelen, Wadjamoettihan, Bandjoe Oerip en Kalinanka. 
Na de soeveraniteits overdracht was de Andjing Nica, mede door de jarenlange slopende patrouilles en felle gevechten, niet erg pro-TNI en nam een overgang naar de strijdkrachten van de Republiek Indonesië niet eens in overweging........Matjem!

Oud kranten artikel over de Andjing Nica met links een foto van een demonstratie van hun collone geweer en rechts onder de "oorlogs dans" van de Andjing Nica, de Kuda Kepang.

Andjing Nica, het vergeten leger van de KNIL, met vlag marcheerd door Bandoeng. Zonder deze Molukse en Indische vechters was ik er nooit geweest!!!
__________________________________________________________________________________________________


Opa Dolf, 2de vooraan met bril, commandant van de KNIL met "zijn" Inlandse strijders, Menadonezen,Madoerezen en Ambonezen. Mijn opa heeft me opgevoed met het diepste respect voor Ambonezen (tegenwoordig Molukkers). Ook hun rol vind ik onderbelicht omdat het de meest gastvrije, hartelijke en trouwe mensen zijn met een mentaliteit van: zeggen wat je gaat doen en daarna doen wat je gezegd hebt...
 Bren Carrier
Opa Dolf , met zijn Bren Carrier en oom Piet vochten veel samen, en oom Bert, commandant van een peloton Papua's verdedigden de positie van de Indo's met harde hand. Oom Bert, ook wel Jago Hitam genoemd door de Indonesiërs was specialist in contra-geurrilla.

Originele KNIL bajonet van mijn opa.
__________________________________________________________________________________________________________

Bersiap kerissen van Erwin van Gorkum die ze heeft geërfd van zijn opa Jan van Gorkum.  
Na het einde van de 2e wereldoorlog werden de Indo's uitgemoord. Door de kamptijd hadden ze totaal niets meer, geen huis, geld of andere bezittingen. Maar Indo's voelden zich wel kinderen van Indonesië en kenden de Indonesische cultuur goed, ze waren daar geboren en getogen. Niets hield de vrijheidsstrijders tegen.....behalve de keris. De indo's gebruikten oude schedes en handvatten en slepen dolken uit oude zwaarden, die waren er in overvloed na de oorlog. Door rond te lopen met deze krissen werden ze met rust gelaten maar eigenlijk was het het alom bekende natuurprincipe van mimicry, vermomming.

Voor de ingang van de Tong Tong fair had ik afgesproken met Erwin van Gorkum, hij had net in België een koers gefietst en het was meer dan 30 graden. We raakten direct in een vertrouwd gesprek en hij vertelde over zijn opa Jan van Gorkum. Jan van Gorkum werd in 1920 in Djember geboren. In 1940 meldt hij zich bij de Militaire Luchtvaart van de KNIL. Na het uitbreken van de oorlog wordt hij op 8 maart gevangen genomen door de Japanners. Zijn verloofde Louise Minnaard werd met haar moeder en zus in een vrouwenkamp in Nederlands-Indie opgesloten. Jan werd uiteindelijk in Japan als dwangarbeider in de mijnen te werk gesteld. 
Na de Japanse overgave werd hij door de Amerikanen bevrijd en enige maanden later toegevoegd aan zijn nieuwe squadron in Australië. Pas nadat de Britten daarvoor toestemming gaven in april 1946 kon zijn squadron terug naar Nederlands-Indië. In augustus 1945 werd ook het gezin Minnaard bevrijd en in eerste instantie gastvrij opgenomen door een lokale familie. Deze familie bleek echter in opdracht van de republikeinen de familie Minaard te bespioneren. Na enige tijd werd de familie Minnaard opnieuw gevangen gezet in de buurt van Djokjakarta, nu door de republikeinen. Pas in mei 1946 werd zij definitief bevrijd en vertrok Louise naar Batavia om Jan te ontmoeten. Een paar maanden later trouwden zij. De situatie in het land bleef erg gespannen en gevaarlijk, vooral voor een KNIL-gezin. De zwager van Louise werd bijvoorbeeld in een hinderlaag aangevallen door ploppers. Louise en Jan kregen nog twee kinderen in Nederlands-Indië maar vertrokken uiteindelijk toch uit het land en namen op 29 augustus 1950 de boot naar Nederland. 
_______________________________________________________________________________________________
De hoge keris uit Surakarta, Keris Lidah Apih


Op een doordeweekse dag had ik in de vroege avond afgesproken bij een familie in het noord-oosten van het land. Een vriendelijke meneer van in de 30 deed open en we gingen aan de eettafel zitten samen met de vrouw des huizes. Het was een gezellig modern ingericht huis met veel landelijke gezellige elementen.
De keris lag op tafel en ik voelde de aanwezigheid. Nieuwsgierig naar de keris vertelde de meneer dat de keris van zijn vader was en tijdens de 2de politionele aktie was meegenomen uit Indonesië. Zijn vader was een Nederlandse militair die in Indonesië had gediend.
Ondanks dat de vader gewoon een nuchtere Nederlander was, had hij toch een diep respect voor de keris gekregen en mochten de kinderen ook niet aan de keris komen. 
De keris was in een perfecte originele staat en gelijk viel mij de tekening op de schede op, in het Javaans een vuurtong, alleen voorbehouden aan hooggeplaatste mensen met een top gesneden handvat van gevlamd hout.
Het uiterlijk van de keris geeft de status van de drager weer en deze keris schreeuwt:" Pas op ik ben een autoriteit."
Nog niet zo lang had de zoon van de ex-militair deze keris opgehangen en het respect voor deze krachtige pusaka bleef, en opvallend genoeg gold dit ook voor mevrouw, die een enorm sterke band had met haar schoonvader.
De vader had thuis eigenlijk nooit veel verteld over deze ingrijpende periode in Indonesië maar wel een en ander gedeeld met zijn schoondochter.
Toen op een dag de keris op de grond lag (!) was het voor de familie een teken om de keris door te laten gaan. 
Door het verhaal en de energie van de keris die ik zou willen omschrijven als aan de ene kant een erg spirituele energie / aura, en aan de andere kant heel actief met een uitgaande energie; een energie die iets voor je kan doen, is het logisch dat ik deze keris koester alsof het een familie keris is.
_________________________________________________________________________________________________________
Barisan Tjakra Madoera Keris

Vele Madoerezen waren huurlingen voor de koningshuizen of voor de KNIL. Deze keris is een mooi voorbeeld van een Madoereze keris die de aankleding heeft van het koningshuis van Surakarta. De Madoereze huurlingen namen hun eigen kerissen mee ter fysieke en spirituele bescherming en paste de aankleding aan op de opdracht. Ook in het wapen van de Madoereze huurlingen staat een keris afgebeeld.

_____________________________________________________________________________________________________

Na de verschrikkelijke oorlog, eerst tegen de Jap en toen tegen de vrijheidsstrijders, waren de Indo's voor premier Drees niet eens welkom in Nederland. "Ze zijn daar geboren, laat ze daar maar blijven". Terwijl alle Indo's Nederlandse paspoorten hadden.

Meningen in politiek Nederland:

- dat waartoe wij blanken verplicht zijn, is de opvoeding der bevrijde volkeren overal ter wereld,

- met Indonesiërs kun je niet onderhandelen omdat ze: “onbetrouwbaar zijn, zoals alle bruinen” (Drees),

- Indo’s kunnen ongezonde kernen in ons volkslichaam doen ontstaan,

- drop die Indische mensen maar op de eilandjes bij Nieuw Guinea (voor de oorlog waren er al ideeën dat de Indo-Europeanen op Nieuw Guinea moesten gaan wonen),

- er is in Nederland noch werk noch zijn er woningen voor de mensen uit Indië,

- voor economisch herstel moet de vooroorlogse koloniale bedrijvigheid terugkeren zowel in Nederland als in de Indische Archipel.

De oproep van Koningin Wilhelmina in 1946 om de “Indische” mensen te helpen, legden zowel de Nederlandse als de Nederlands Indische autoriteiten naast zich neer.



De overtocht naar Nederland moest zelf betaald worden, en in Nederland moesten ze alles opgeven, hun geld, hun status en hun diploma's. Wel moest in Nederland betaald worden voor de 2dehands kleren die ze kregen; kleding die de Nederlanders zelf niet eens zouden dragen, zo afgedragen!

Vergeet niet dat Molukkers en Indo's jaren trouw waren aan de Koningin en vaderland!

  
De Willem Ruis, aankomst in Rotterdam.

Mijn vader is nog tot 1963 in Nieuw-Guinea geweest; eerst als Nederlandse militair en in 1963 als militair van de VN.
Ik ben zelf in 1964 geboren in Blerick in de Doutzenbergstraat, een 2-kamer flat waar we met z'n 19'en woonden, ik ben dus wel behoorlijk verwend als baby in zo'n groot gezin. Het was prins Bernard zelf die bemiddeld heeft dat wij een ruimere woning kregen, en alhoewel de Nederlandse staat niet veel voor zijn nieuwe inwoners deed was het de prins die zich wel bekommerde om zijn trouwe onderdanen.


Net zoals in de meeste Indische gezinnen maakte muziek een groot deel uit van mijn opvoeding. Mijn opa speelde viool en mijn oma piano, en mijn ooms van vader- en moederskant speelde in bandjes, en regelmatig werd met een bandrecorder (analoog opname apparatuur) opnames gemaakt in de woonkamer.  Hierboven een foto van mijn vader die, om een leven op te bouwen in Nederland, ook eerst in een Indorock band heeft gespeeld...

Ik denk dat u wel zult begrijpen door het bovenstaande dat het geen vrijwillig vertrek uit Indonesië was maar een noodzaak en eigen tradities werden overboord gegooid, op hoop van erkenning.
In de meeste Indische gezinnen werd thuis ook geen maleis gesproken en het petjoh, praten met tjedirrrr tjedoerrrr, werd afgekeurd! "Wij zijn toch gewoon Nederlanders", was/is een uitspraak van de oudere generatie, maar wel:
iederedag rijst eten, sambal in de erwtensoep en op de pindakaas, botol tjebok op toilet, fruit schillen met het snijvlak naar je toe in plaats van van je af, obat matjan of kajuputih olie smeren bij kwaaltjes, djonkok kunnen zitten,  het 3x weigeren als je iets word aangeboden, liever niet praten over problemen: 'sudah laat maar...', snuifkusjes geven, jam karet: tijd is rekbaar, niet laten merken als je pijn hebt, moeilijk nee kunnen zeggen, sate bakkar tijdens feesten en altijd teveel koken voor onverwacht bezoek en dan eten met lepel en vork...
 
Gelukkig zie je dat de jongere generatie weer heel bewust is van het Indisch-zijn en trots op hun Indische afkomst.

 
_________________________________________________________________________________________________

Het eerste hoofdstuk, de kris, is een verzameling van verhalen die ik de afgelopen 30 jaren heb meegekregen, veelal uit boeken, via internet en niet te vergeten van mijn oma die mij als kind al verwende met de magische verhalen over de kris. Het ouderlijk huis van mijn oma was tegenover het paleis van de Soesoehoenan van Jogjakarta. Deze huizen werden bewoond door gezinnen die loyaal waren aan het koningshuis. Mijn oma heeft in Jogjakarta ook nog in de klas gezeten met Soesoehoenan Hamengkoboewono die in de klas Hengkie wed genoemd.
Mijn oma wist heel veel over de kris, vooral omdat ze, toen mijn opa in het Jappenkamp zat, de zorg over de familie kris Slamet had. De kris heeft ons in de oorlog ook veel geholpen, mede ook door de reden dat de Jap een diep respect, ja zelfs angst had voor de kris. Tijdens de zoveelste huiszoeking naar wapens gaf mijn oma de kris, met piek en lans, netjes aan, maar de Jap durfde zelfs de kris, trisula en tombak niet aan te raken...
Mijn opa kreeg de kris van zijn moeder, prinses Raden Adjeng Augustine Setjodiredjo, die het weer van haar vader had, de mid-javaanse prins Doktor Jawa Raden Mas Setjodiredjo.


Oude familiefoto met in het midden met wit shirt opa Dolf Gallas. Links zittend overgrootoma Raden Adjeng Augustine Setjodiredjo, in het midden overgrootoma Raden Adjeng Siti Soetari en rechts zittend overgrootopa Pieter Marinus Gallas. 


Over-overgrootopa Doktor Jawa Raden Mas Setjodiredjo.


Kerissen Yogjakarta


Pracht foto van mijn familie van moeders kant. Een mooi gemengd koloniaal gezin met mijn overgroot oma, 2e links met het lange haar.
_________________________________________________________________________________________________

Het tweede hoofdstuk, shakti en goena goena heb ik zelf geschreven en gaat over de energie van de kris. Waar komt de energie van de kris eigenlijk vandaan, wat is goena goena nu eigenlijk en wat is een Shiva lingam?

Het derde hoofdstuk gaat over het gebruik van de kris in het dagelijks leven. Waar gebruik je de kris voor, hoe voer je dat uit en wat betekent de kris in het dagelijkse?

Het vierde hoofdstuk gaat over het onderhouden van de kris. Wanneer doe je dat en vooral hoe?

Hoofdstuk vijf gaat over stenen en mineralen. De kris is ook gemaakt van mineralen. Je ziet dat kerissen en het houden van stenen goed samen gaat. Leuke verhalen en wetenswaardigheden met onderaan een voorbeeld van de typisch Indonesische hobby, stenen met afbeeldingen... edelstenen fonkellen maar cabouchons vertellen een verhaal...

Dan de foto pagina's; ter leering ende vermaeck.

En dan nog een anecdote over onze familie kris:

's Avonds laat in Yogjakarta werd het gezin opgeschrikt door gerommel en gestommel rond om het huis..
Zou het een inbreker zijn? De oudere broers Opa Dolf, oom Hans en oom Piet maakten een plannetje en zouden de hele nacht slapen in de schuur om de dief te vatten. Zogezegd zogedaan, maar alsof de dief wist wat er ging gebeuren bleef de dief weg..De volgende dag: "Lah ilah ampoen" weer terug gestommel. 
De broers waren nu vastberaden de dief te vangen, bulzak ging weer in de schuur en in rondes werd gewaakt...."loh weer niks".
Zou het de kris zijn? Dukun werd geroepen, kris en zijn bewakers, de piek en de lans werden gewassen en het gestommel was over...



Oude familie foto, trainen in de tuin, met oom Piet, opa Dolf, oom Bert, overgroot opa Pieter en oom Hans..


Foto van mijn moeders kant, familie in de Kali. Ik weet nog dat mijn oma me het volgende rijmpje leerde:

Ik liep eens langs de kali,
Ik hoor ktjeplek ktjeplok,
Ik dacht orang buaya,
ondertussen orang tjebok...




_____________________________________________________________________________________________

TEMPO DOELOE








Sudah....